Wat zeg je?

Ervaringen en verhalen in de Nederlandse taal, door een derde-taalspreker. Deel 2. 🤷‍♀️

Een Simpele Uitleg van Bijvoeglijk Naamwoord

Ik ben immers mijn Nederlandse cursus C1 bij de Universiteit begonnen. De laatste cursus die ik had gevolgd was bijna al tien jaar geleden. Niet tot mijn verrassing, heb ik wel veel grammaticale gaatjes in mijn hoofd. Ik mis veel. Niet omdat ik het niet weet, maar omdat ik het niet bewust oefen.

We zijn op dag één met ‘bijvoeglijk naamwoord‘ begonnen. Het gekletter ging door over wanneer gebruik je een ‘e’ en wanneer niet, en alles gleed van me af — ik kan niets volgen uit conversaties als iedereen tegelijkertijd praat. Dus na de les ging ik meteen aan de slag om online te zoeken. Het kan toch niet zo moeilijk zijn?

Uiteindelijk niet, maar de manier waarop het wordt uitgelegd maakt het veel ingewikkelder dan wat het is.

De vraag is:

Wanner gebruik ik juist GEEN ‘e’?

Antwoord:

Als één van deze NEE is, dan gebruik je wel een ‘e’.

Allen als alle 3 JA zijn, gebruiken we geen ‘e’.

  1. is het een “het” woord?
  2. is het enkelvoud?
  3. is het een niet-definitieve ‘een’ woord?
VoorbeeldHet-woord?Enkelvoud?“een”?dan
een lekker stukje taart-e
een stukje lekkere taart+e
een mooi huis-e
het mooie huis+e
mijn mooie huis+e
mooie huizen+e
een goed idee-e
het goede idee+e

Aandachtpunten:

Pas op met combinatie worden:

  • de taart is lekker → de lekkere taart
    • is het een “het” woord?
    • is het enkelvoud?
    • is het een niet-definitieve ‘een’ woord?
      • ook: Mag ik een lekkere taart? ✔✔

MAAR:

  • het stukje taart is lekker → het lekker stukje taart
    • is het een “het” woord?
    • is het enkelvoud?
    • is het een niet-definitieve ‘een’ woord?
      • ook: Mag ik een lekker stukje taart?
      • ook: Mag ik een lekker stuk taart?

deze zijn verschillende zinnen wat anders betekenen. De eerste wijst naar een “DE” woord. De tweede, met het gebruik van de diminutieven “stukje”, wordt een “HET” woord. Maar ook “stuk” is opzicht een “HET” woord.

Pas op met een “title” vs “beschrijvend bijvoeglijk naamwoord”

  • het centrale station → een station die ergens centraal is. Hier “centrale” zeg iets van dat station.
  • het Centraal Station → hier is de naam van het station “Centraal Station”

Uitzonderingen (ook zonder -e)

Moderne stof:

  • plastic
  • nylon
  • suede
  • kunststof
  • aluminium

🌟 Andere stoffen: einden op ‘en’, niet ‘e.

Ik weet dat dit niet mijn gebruikelijke manier van berichten is, maar ik dacht dat het nuttig zou zijn om te delen.

Geef een reactie

Your email address will not be published.